Geschiedenis Graven in het Sant

De geheimen van de verdwenen slotgracht

Over dit artikel
Er zijn weinig plekken in onze gemeente met zo veel historie per vierkante meter als het Sant in Katwijk aan den Rijn. Dit kleine stukje grond tussen Oude Rijn en additioneel kanaal kent een bijzonder rijke geschiedenis die hand in hand gaat met de ontwikkeling van de beide Katwijken. Onder de werknaam ‘Graven in het Sant‘ zal Kijk op Katwijk bij tijd en wijle artikelen plaatsen om de historie van ’t Sant stukje bij beetje te onthullen. Dit keer en bijdrage van molenaar Jack Bouma.

Een nieuwsgierig ventje

Achter het stokoude tolhuisje, ingeklemd tussen een flat, een watertje, de Spijkersloot en de Tolhuisstraat ligt een prachtig bosje. Als ventje speelde ik er vaak met kornuiten van school. Voor ons kleine mannen was het een groot bos. Toen ik wat ouder was hoorde ik het één en ander over een middeleeuws slot genaamd Huis het Sant dat daar ooit had gestaan. De één zei dit en de ander dat en op het laatst had ik meer vragen dan antwoorden.

Huijs ’t Sant aan de Santlaan in 1627. De noordelijke slotgracht is goed te zien.

Met behulp van oude kaarten, beschrijvingen en prenten begon ik meer helderheid te krijgen en me een beeld te vormen. Het geheel door grachten omsloten Huis het Sant bestond oorspronkelijk uit een woongedeelte met een toren(s), kapel, valkhuis en boomgaarden zoals is vastgelegd na het overlijden van Philips van Wassenaar in 1347. Voor de agrarische activiteiten op de bijhorende landerijen was het gebruikelijk dat een stal met boerderij en koetshuis tevens onderdeel waren van het Huis. Al deze gebouwen en boomgaarden moeten dus passen in het door watergangen en lanen begrensde gebied.

Grens 1: In het oosten de Spijker(gracht)
Grens 2. De Rijn
Grens 3. De laan naar het Sant, ofwel de Santlaan
Grens 4. De noordelijke gracht. De verdwenen gracht!

Jack Bouma legde oude kaarten op elkaar om de gracht te lokaliseren

Zoeken naar de verdwenen slotgracht

Deze noordelijke gracht die van oost naar west de Spijkersloot (gracht) met de Rijn verbond is waarschijnlijk eind 17de begin 18de eeuw gedempt toen de ruïne van Huis het Sant zijn functie als buitenhuis verloor en er rond 1700 de buitenplaats de Hof van Katwijk aan de Overrijn werd bebouwd. Het hele gebied kreeg toen een nieuwe bestemming en een groot deel ervan werd ingericht als park/lusthof. (Zie kaart 2)

Als je de bekende 17 de -eeuwse door landmeters gemaakte kaarten van het gebied over elkaar legt zie je al gauw verschillen die oplopen tot wel 10 meter. Na lang wikken en wegen kwam ik tot de slotsom dat er niets anders op zat dan ter plaatse onderzoek te doen. Ik ging er van uit dat de gracht gedempt moet zijn met puin, zand en ander afvalmateriaal. Naar mijn idee moest de gracht dus liggen in gronden met meer puin. Ik besloot om van het hele bosje grondmonsters te nemen door een dunne ijzeren pen van 2.5 m in de grond te drukken. Een flinke klus! Al gauw kwam ik er achter dat ik de meeste weerstand kreeg op een meter parallel aan de Tolhuisstraat.

Met grote precisie bracht de molenaar de slotgracht in kaart.

Graven in het Sant

Ik hoor sommigen van jullie denken: Je mag toch niet zomaar gaan graven? Klopt! Mijn onderzoek deed ik echter bijna 25 jaar geleden. Tegenwoordig hebben we de archeologische verwachtingskaart en gemeentelijk erfgoedbeleid zodat eventueel onderzoek plaats vindt door de juiste instanties en volgens de juiste regels. Onze plaatselijke historicus Mark Ruis noemt deze serie over het Sant Graven in het Sant. Nou gegraven is er zeker. Lees maar. Het zal je verbazen waartoe nieuwsgierigheid kan leiden. Don’t do this at home zou ik zeggen.

Keukenmeiden turend in haar diepten

Op zo’n 10 plekken heb ik putten gegraven van 1 x 2 meter tot een diepte van 2,4 meter. Ik begon altijd zaterdagochtend rond 6 uur tot zondagochtend 6 uur en om een uur of 12 ging ik ontbijten. Na 3 of 4 uur graven zat ik meestal al bijna een meter in de grond, nog net niet bij het grondwater.

Eén van de putten die Bouma groef om de slotgracht in kaart te brengen.

Eenmaal bij het grondwater gekomen was ik verplicht in één keer door te gaan. Wachten tot de volgende dag kon niet want dan had alles volgelopen wat ik beneden het grondwater peil had weggegraven.

Het bepalen van de plek van deze verdwenen gracht werd een obsessie. Een mateloze fascinatie voor het onbekende maakte zich van me meester

Nu hoor u denken: Die is gek! Ja ik weet het… Het bepalen van de plek van deze verdwenen gracht werd een obsessie. Een mateloze fascinatie voor het onbekende maakte zich van me meester. Ik moest en zou weten waar zij zich verborgen hield. Haar profiel, haar oorspronkelijke diepte, haar breedte en de materialen waarmee zij was gedempt.

Het grondwater is bereikt. Een kaarsje in een nis zorgt voor wat licht.

Ik wilde haar letterlijk doorgronden. En natuurlijk de samenstelling van haar stokoude beddingen waar aan haar met rietkragen begroeide oevers jongetjes hadden zitten vissen. Keukenmeiden turend in haar diepten. Gehurkt op de loopplank in haar kraakheldere brakke water enkele volgroeide oesters uit het oesterbed selecteerden voor het banket.

Oesters? Ja!

Zo gauw ik onder het grondwaterpeil kwam groef ik altijd een dieper gat waar het water in weg lekte. Met een blikje en emmer werkte ik dit water met regelmaat buiten het gat. Zoals verwacht stootte ik op veel puin gemengd met duinzand en klei. Halverwege het gat maakte ik in de wand een nisje waar ik een kaarsje in zette zodat ik licht had in de nacht.

Een oesterbed op de bodem van de slotgracht, keurig waterpas.

Vanaf een meter of anderhalf ontwaarde ik al duidelijk een profiel met de verschillende lagen. Ik ontdekte een loopplank die rustte op ongeveer 10 cm ronde dennenhouten paaltjes (Waarschijnlijk één van de vele loopplanken) Onder de loopplank aan de noordoever lag een 23 cm ronde ijzeren waterketel die in honderd stukjes uiteen viel toen ik hem na het uitgraven oppakte. Ik vond een 35 cm grote kookpot met handvat, in stukken maar wél compleet! Uit de zijkant trok ik een 60 cm lang hengeltje. Maar wat me nog het meest verbaasde is dat de bodem van de gracht als het ware was geplaveid met oesters! Een oesterbed, zuiver waterpas. Heel bijzonder!

Enkele vondsten van van Huijs het Sant, te bezichtigen in de molen. Links een kloostermop van het oude slot.

De oesters zijn een mysterie

Oesters? Oesters kunnen toch alleen in brak water overleven? Als dit zo is dan moet deze gracht via de Rijn in een open verbinding hebben gestaan met de zee. Dat is vreemd want sinds de 12e eeuw was er helemaal geen open verbinding! In 1165 wordt namelijk bij Zwammerdam een dam in de Rijn gelegd en slibt de Rijnmond definitief dicht.

Een doorsnede van de slotgracht met alle grondlagen en putten. Ook het oesterbed en de loopplank zijn ingetekend.

Zou het kunnen zijn dat deze gracht er al was voordat Huis het Sant werd gebouwd rond 1250 en voordat de Rijn dichtslibde? En als dat zo is, heeft Huis het Sant dan misschien een voorganger gehad? Wie kan helpen bij het oplossen van dit mysterie? Nog meer vragen. Van één ding ben ik zeker. En dat is de exacte locatie, diepte en breedte van onze verdwenen gracht. Weer een mysterie ontrafeld.

Er is nog veel te ontdekken

Wat betekent dit nu voor de locatie en omvang van Huis het Sant? Gemeten vanaf de achterkant van het bestaande tolhuis (’t Santhek) tot de gracht is maar 22.5 meter. Vermoedelijk stonden eventuele gebouwen op enige afstand van de gracht. Zeker is dat er nog een gebied ter breedte van maar 15 meter over blijft voor een mogelijk valkhuis, kapel en ander opstallen ten noorden van de woontoren van Huis het Sant. Wie weet wat zich hier nog in de grond bevindt?

Voor ik het vergeet wil ik ieder van jullie aansporen de vele geheimen van onze lokale geschiedenis te ontrafelen (niet graven!) en weer levend te maken. Alvast bedankt!

Jack Bouma.

Jack Bouma is molenbouwer van beroep en molenaar van de Katwijkse molen De Geregtigheid.

Geef een reactie