Geschiedenis Graven in het Sant

De tuinen van Het Hof van Katwijk – 300 jaar tuinhistorie in reuzenstappen

Kijk op Katwijk doet onderzoek naar de geschiedenis van het Sant. Dit artikel behandelt in grote lijnen de geschiedenis van de tuin achter het Heerenhuis aan de Overrijn. Over de tuinen valt nog veel meer te vertellen, en dat zullen we de komende maanden doen in aparte artikelen per periode. Alle artikelen over het Sant tot nu toe vind je op de pagina Graven in het Sant.

Dit onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Herinneringsfonds D.F.E. Meerburg en vele behulpzame vrienden die de fascinatie voor dit gebied delen. Dit artikel verscheen onlangs in een uitgave van het Genootschap Oud Katwijk.

De mens centraal

Achter de Wilbert aan de Overrijn bevindt zich het Heerenschoolbos, een rustiek park met een bijzondere geschiedenis. Het is van oorsprong een klassieke tuin die samen met het Heerenhuis een historische buitenplaats vormt en is aangelegd omstreeks 1700. De tuinaanleg is een voorbeeld van de Hollands-Classicistische tuinkunst en diende als lustoord voor de Heer van Katwijk.

Het Hof van Katwijk aan de Overrijn begin 18e eeuw.

De tuin is ingedeeld volgens klassieke meetkundige verhoudingen en heeft een symmetrische indeling waarbij de belangrijkste elementen zoals het Heerenhuis en de beelden zich op de hoofdas (D – Groote laan) bevinden. Rechthoekige vormen, proportie, symmetrie en evenwicht zijn uitingen van een tijdgeest waarin de mens centraal stond en de natuur moest worden bedwongen.

Rhenus Pater

Eén van de pronkstukken van de tuin is een beeld dat zich aan het einde van de centrale laan in de grote vijver bevindt. Al honderden jaren ligt daar een gespierde kerel met een lange woeste baard (zie ook foto bovenaan artikel). Onder zijn arm houdt hij een enorme vis en zijn andere arm leunt op een vaas. Dit beeld wordt in de volksmond Neptunes genoemd, maar dat is onjuist. Het betreft hier namelijk een riviergod, de Rhenus Pater oftewel Vadertje Rijn. Hoewel er tegenwoordig een straal water uit de bek van de vis spuit stroomde er het water oorspronkelijk uit de vaas. De vaas verbeeldt de bron van de ooit zo machtige rivier De Rijn.

De Rijngod in de hoofdvijver omstreeks 1856.

Dat er op deze plek is gekozen voor een Rijngod is geen toeval maar het uitvloeisel van een diepe verbondenheid met de klassieke en lokale geschiedenis. Toen de buitenplaats werd aangelegd was er namelijk volop aandacht voor de oude Grieken en Romeinen en in de architectuur werd hier vaak op teruggrepen. De Rijngod ligt bovendien middenin het vroegere stroomgebied van de Oude Rijn die de Limes markeerde, de noordgrens van het oude Romeinse rijk.

De Rijn werd rond 1700 luidkeels bejubeld en er zijn vele gedichten over geschreven. Hier zien we de Rhenus Pater met daarachter de dorpen Katwijk een den Rijn en Katwijk aan Zee. Op het strand de Brittenburg.

Johann David Zocher

Rond 1800 wordt de tuin flink uitgebreid met een stuk grond dat de huidige Tolhuisstraat, Burggravenlaan en Rhijnluststraat omvat. Het was niemand minder dan de beroemde tuinarchitect Johann David Zocher sr. die de opdracht kreeg om de klassieke tuin te ‘verlandschappen’ en het nieuwe gedeelte in te richten naar de inzichten van de Engelse landschapstuin. 

Op dit kaartfragment uit 1820 zien we de tuin in haar hoogtijdagen. Het zuidelijke deel met de kronkelpaden is de uitbreiding door Zocher. Hier is goed het verschil te zien tussen het strakke Hollands-Classicisme (noordelijk deel) en de natuurlijk Engelse landschapstuin (zuidelijk deel).

In deze periode stapte men af van het idee dat de natuur beheerst moest worden. Het nieuwe gedeelte was daarmee in feite een tegenhanger van de oorspronkelijke tuin en werd aangelegd zonder symmetrie en evenwicht en met veel natuurlijke vormen. De vijvers kregen natuurlijke oevers, er werden slingerpaden aangelegd en er werd en diversiteit aan bomen aangeplant.

Een afbeelding uit 1856. Zocher pakte ook de oorspronkelijke tuin aan waardoor het een totaal ander uiterlijk kreeg. Let op de natuurlijke oevers en de verscheidenheid aan bomen. Rechts ziet u de Mariavijver en voor u de hoofdvijver. Bij de bankjes links is tegenwoordig de ingang van het Franciscaner kerkhofje.

Katholieke invloeden

De ontwikkelingen die zich na de Franse inval van 1795 in Nederland voordeden leidden er toe dat het Hof van Katwijk werd verkocht. De Baron van Wijckerslooth kocht het complex om er een katholiek gymnasium te stichten, het vermaarde Sint Willibrorduscollege. Dit gymnasium is bijzonder belangrijk geweest voor het herstel van de positie van Katholieken in de Nederlandse samenleving en heeft veel invloedrijke katholieken opgeleid. In deze periode zijn er veel uitbreidingen gedaan aan het gebouwencomplex.

De baron van Wijkcerslooth kocht het Hof van Katwijk om er een katholiek instituut te stichten, dat zeer invloedrijk zou worden voor de Katholieke zaak.

Eén van deze uitbreidingen was de bijzonder fraaie neogotische kapel naar een ontwerp van oud-leerling Alfred Tepe. De bouw hiervan ging echter ten koste van de zuidelijke vijver waardoor de symmetrie van de tuin stevige schade werd aangedaan. De Jezuïeten verrijkten de tuin met een aantal beelden met een christelijke betekenis. Aan de noordkant vinden we nog altijd de Mariavijver met daarachter een klassieke balustrade. Aan de gespiegelde zijde van de tuin stond een Christusbeeld, het Heilig Hart.

De Jezuieten hielden zich aan de regels van symmetrie en samenhang in de tuin. Recht tegenover het beeld van Maria kwam een Christusbeeld te staan, het Heilig Hart.

In 1856 werd tekenleraar Carel Behr gevraagd om het leven op het gymnasium vast te leggen. De historische tuin werd uitvoerig in beeld gebracht en veel elementen op de prenten zijn nog altijd aanwezig, zoals de tuinvazen en het beeld van de Rijngod. Ook de kenmerken van de Engelse landschapstuin komen duidelijk naar voren. De tuin deed dienst als plek om te studeren, te wandelen en te debatteren en op de plek waar zich tegenwoordig de dierenweide bevindt hadden de leerlingen hun moestuintjes.

Een Jezuietenpater en een leerling wandelen door het park. op de achtergrond het pand Mutua Fides dat dienst deed als aula en bibliotheek voor de oudste leerlingen. Ook de tuinvazen staan er nog steeds!

Het gymnasium bestaat nog steeds en heeft nog altijd het aloude motto van weleer: Mutua Fides – wederzijds vertrouwen. Dit motto vinden we terug aan de achterzijde van het Heerenhuis. Dit gebouw werd in 1851 gebouwd.

Mutua Fides – Wederzijds vertrouwen

Het motto van het Sint Willibrorduscollege

De Franciscaner minderbroeders

In 1928 vertrekt het gymnasium naar Den Haag en nemen de Franciscanen de buitenplaats over om daar een missiecollege te beginnen. Aan deze periode herinnert nog het kleine kerkhofje aan het einde van de Mariavijver. Hier liggen priesters begraven die na hun opleiding over de wereld uitwaaierden om het evangelie te verspreiden. Ook voegden de Franciscanen een beeld toe aan de beeldentuin, dat van de heilige Franciscus.

Op het Francicaner kerkhofje ligt onder meer de eerste directeur van de Wilbert begraven, maar ook vele priesters, paters en zelfs een bisschop van een regio in China (waar hij nooit geweest is)

Oorlog en verval

In de meidagen van 1940 werd er op en rondom het missiecollege hevig gevochten. Nadat Nederland tot overgave was gedwongen nam de bezetter bezit van het gebouwencomplex wat uiteindelijk zal leiden tot grote schade aan zowel de tuinen als de gebouwen. Het bos werd grotendeels gekapt ten behoeve van aspergeversperringen op het strand en de rest werd als stookhout verkocht tijdens de hongerwinter. In het Zocherpark rond het Tolhuis werden loopgraven aangelegd en de neogotische kapel ging tijdens een geallieerd bombardement verloren. Veel tuinbeelden zijn na de oorlog spoorloos verdwenen.

Omdat er Duitsers in het complex zaten werden de gebouwen in 1943 gebombardeerd door een Amerikaanse B17 bommenwerper. In de gele cirkels kwamen de bommen terecht. Het bos is dan al grotendeels gekapt en in het ‘Zochergedeelte’ liggen loopgraven en mitrailleursnesten.

De oorlogschade en het vertrek van de Franciscanen moeten er toe hebben geleid dat de belangstelling voor de historie van de buitenplaats na de oorlog verschraalde. Hierdoor kon het gebeuren dat de uitbreiding door Zocher in de jaren 60 plaats moest maken voor appartementen en werden de zichtlijnen van de tuin aangetast door uitbreidingen van de Wilbert. Toch blijft de tuin een geliefde plek met een rijkdom aan historie!

Als je de huidige bebouwing op de oorspronkelijke tuin legt dan zie je pas hoeveel van de tuin er reeds is ‘gekoloniseerd’ door gebouwen. De Wilbert breidde fors uit in de jaren 70 en het Zochergedeelte aan de zuidkant viel ten prooi aan woningbouw. Waar zal het stoppen?

Er is nog van alles te zien in het park achter de Wilbert. Neem eens een kijkje en geniet van de rust, de natuur en kijk vooral eens goed om je heen wat er allemaal aan historische elementen is overgebleven. Hier zullen we de komende maanden dieper op ingaan!

Geef een reactie