Cultuur Geschiedenis

Ambachtslieden en éénpitters – molenbouwer Jack Bouwman

Het is een slag apart en ze zijn dun gezaaid, Katwijkers die er voor hebben gekozen om eigen baas te zijn en zich te specialiseren in een ambacht om zo hun kostje bij elkaar te verdienen. Met hun vaardige handen en hun specifieke kennis leveren ze vakwerk en geven ze automatisering en massaproductie het nakijken. Voor hen geen troosteloze kantoortuinen, kille fabriekshallen of eindeloze magazijnen. Geen chefs of managers die over hun schouders meekijken en agile en scrum prediken. Een eigen stek en een eerlijke boterham is voldoende voor de éénpitters en ambachtslieden. Vandaag met molenaar en molenbouwer Jack Bouma.

Dit artikel verscheen eerder in de Katwijksche Post. Blijf betrokken, steun de lokale journalistiek en abonneer!

Friese aarde

Op vergeelde foto staat een kereltje van een jaar of zes. De armen langs het lichaam, een muts tegen de kou en twee magere beentjes dapper in de Friese aarde. Gekleed in een veel te grote jas met twee grote zwarte knopen en een hoog opgetrokken ceintuur kijkt het ventje wat wantrouwend de camera in. Om hem heen de eindeloze akkers van Noord-Friesland. Op de achtergrond een boerderijtje dat solitair in het landschap beschutting biedt tegen de elementen. Hier staat Tjibbe Bouma.

Tjibbe Bouma in het verre Friesland, omringd door de vele molens uit zijn jeugd.

Tjibbe groeide op tussen de molens. Vanuit zijn woonhuis zag hij op het snijvlak van de donkere kleigronden en de kleurrijke Hollandse luchten de wieken van wel acht korenmolens hun eindeloze rondjes draaien. Wanneer er ver vanaf de Waddenzee blauwgrijze regenwolken landinwaarts trokken dan zag Tjibbe in de verte de molenaar van het boerendorpje Ee al aan het touw van de vangstok hangen. De wieken moesten afgeremd worden voordat de aanzwellende wind dat onmogelijk zou maken. Tjibbe groeide er mee op en werd aangestoken door het molenvirus. Dat virus waart nog altijd rond.

Zo vader zo zoon

Via de marine waar hij als vliegtuigbouwer eerste klas werkte aan de legendarische houten mosquito’s kwam Tjibbe in Katwijk terecht. Hij vond er een meisje, bouwde een woonark en legde de woonboot aan achter het Heerenschool naast de Sandtlaanbrug. Hier groeide Jack Bouma op. Op de oever had pa een manshoge modelmolen gebouwd compleet met archimedesschroef om het water in de vijver te pompen. De jonge Jack vond het allemaal mooi om te zien en nog mooier om mee te spelen.

Bouma in ‘zijn’ molen De Gerechtigheid. op de achtergrond een model van een standaardmolen. Dit type molen is de voorganger van de huidige molen.

Na zijn marinetijd ging Tjibbe aan de slag als carrosseriebouwer bij Mulder in Rijnsburg om daarna te gaan werken als molenbouwer bij Jan de Gelder uit Oegstgeest. Jack mocht als jongen in de vakanties vaak met zijn vader mee om onderhoud te plegen aan molens op de Kagerplassen. Een ploegje molenbouwers gleed voor dag en dauw in een roeibootje het vlakke water op om de molens te onderhouden en Jack bracht de dag door met eenvoudige taken als het teren van houtwerk en het schaven van balken. Zoals dat gaat met werklui onder elkaar was de jongste gezel regelmatig het slachtoffer van onschuldige pesterijtjes. ‘Dan werd je in het riet gegooid of rolde je ineens de dijk af die nog nat was van het dauw’, herinnert de molenaar zich geamuseerd.

De ruïne van Benthuizen

Toen Jack 21 jaar was rolde hij het vak van molenbouwer in. Hij had een diploma MTS bouwkunde op zak en was net terug van een reis naar het buitenland toen in huize Bouma de deurbel ging. Er stond een aannemer met een grote bos bloemen op de stoep. Molen ‘de Haas’ uit Benthuizen was vervallen tot een ruïne en de aannemer wilde vader Tjibbe inhuren om de molen te herstellen.

De fotocollectie van Bouma waarop de ruïne van Benthuizen is te zien en de werkzaamheden daaromtrent. Op de onderste foto wordt een wiel gemaakt.

Van de molen was niet veel meer over dan het bakstenen omhulsel en men zocht een molenbouwer om de herstelwerkzaamheden te leiden. Vader Tjibbe had het echter te druk en schoof zoon Jack naar voren. ‘Ik heb daar toen een jaar in de kost gelegen en we hebben die molen helemaal opgeknapt’, zegt Jack trots. Met zijn technische kennis en kunde maakte hij op jonge leeftijd indruk op de timmerlieden.

Vakmanschap

‘Het vak van molenaar leer je niet op school’, gaat Jack verder. ‘Nederland heeft vol gestaan met 10.000 molens maar er is geen school om molenbouwer te worden’. Alles komt dus aan op zelfstudie en leren in de praktijk en beide zijn aan Jack wel besteed. Wanneer hij vertelt over het maken van een ‘wiel’ (een groot houten tandwiel) dan vliegen de vaktermen je om de oren en blijkt kennis van wiskunde geen overbodige luxe. 

Jack Bouma bij het ‘wiel’ van molen De Geregtigheid. De kammen van het wiel zijn duidelijk zichtbaar.

Het maken van een wiel is een ambacht. Een complex proces van meten, rekenen en construeren met behulp van machinale en ambachtelijke gereedschappen. ‘Je moet de steken uit kunnen zetten’, vertelt Jack. ‘De deling van de kammen en de zeeg van de wieken moet je allemaal kunnen uitrekenen’. Hij vertelt het alsof het de normaalste zaak van de wereld is maar ik vraag toch maar even om toelichting.

‘De zeeg is de kromming van de wieken die nodig is om de wieken te laten draaien, net als een propeller. Kammen zijn de houten tanden van een tandwiel en de steek is de afstand van hart-kam tot hart-kam. Als je niet genoeg speling tussen de kammen hebt dan loopt hij vast en de kammen moeten de juiste vorm hebben om goed uit te kunnen slaan.’ Dat heeft te maken met ‘evolvente’, legt hij uit, en ik geloof hem op zijn woord.

Omdat de kap van de molen in de juiste richting gedraaid moet kunnen worden rust hij op stevige houten rollers.

Buitenlandse projecten

Inmiddels werkt Bouma bij Verbij Hoogmade B.V. waar hij werkzaam is als hoofd werkplaats. Voor dit bedrijf werkte hij mee aan diverse buitenlandse projecten waar hij graag over vertelt. Hollandse molens in San Francisco, China, Wisconsin en Japan. Sommigen zijn van de grond af opgebouwd en anderen weer vakkundig gerestaureerd. Jack had de taak om het werk voor te bereiden, ontwerpen te tekenen en onderdelen te maken. De onderdelen werden in Nederland gemaakt en als bouwpakket verscheept naar alle hoeken van de wereld.

De gietijzeren as van molen De Geregtigheid doet al dienst sinds 1865.

Zijn mooiste klus was de restauratie van de grootste Hollandse molen ter wereld, die nota bene in San Francisco staat, bij het Golden Gate Park. ‘Het was een megaproject’, vertelt Jack. ‘Die molen is twee keer zo groot als hier in Nederland en alles was totaal verrot en verroest. De onderdelen werden naar Nederland verscheept en ik moest het allemaal uittekenen. Toen zijn de onderdelen nagemaakt en naar San Francisco gestuurd.’ De molen werd in drie maanden maanden weer opgebouwd.

Als de wieken draaien is de molenaar aanwezig

Tegenwoordig gaat Jack wat minder vaak het veld in dan voorheen. Het beklimmen van de vele houten molentrappen met zware gereedschappen begint zijn tol te eisen en zijn rol als hoofd werkplaats bevalt hem prima. Jack volgde in 2008 zijn vader op als molenaar van De Geregtigheid (1740). Hij kan u nog veel meer vertellen over zijn vak als molenbouwer en over zijn andere passie, lokale geschiedenis. Ga eens langs, als de wieken draaien is de molenaar aanwezig!

Zicht op Katwijk aan den Rijn vanuit de molen. Rechts de toren van de Dorpskerk en links de toren van de Johannes de Doperkerk.

Geef een reactie